Hoe weet ik dat jullie geen misbruik maken van jullie ‘monopoliepositie’?

Voor aardgas en elektriciteit is het mogelijk om van leverancier te wisselen. Dat is een vrije markt. Voor transport en netwerk geldt ook dat je niet kunt kiezen, dat doen netbeheerders zoals Stedin of Liander. Dat deel is ook gereguleerd. De gedachte is dat doordat consumenten kunnen wisselen, de marktpartijen altijd het meest gunstige aanbod aan de consument zullen willen doen en dat daardoor de prijzen laag blijven. In de praktijk blijkt dat een open markt niet persé tot lagere tarieven leidt. Leveranciers met een lage kuub-prijs innen vaak meer bij vaste lasten en vice versa. Bovendien moet elk afzonderlijk bedrijf ook eigen overhead zoals administratie, finance, marketing etc. bekostigen, in plaats van één bedrijf dat dat centraal doet.

Een markt met één leverancier wordt vaak onterecht gezien als een risico op hoge tarieven. Voordat de aardgasmarkt vrij werd was de Gasunie de enige leverancier, met – voor wie het zich nog herinnert – stabiele tarieven. Ook bij drinkwater is Vitens de alleenleverancier en ook daar zijn er geen gekke tariefstijgingen. Dat is omdat markten met één leverancier vanuit de wet streng worden gecontroleerd: zo kunnen ook warmteleveranciers geen misbruik maken van hun positie. De ACM stelt jaarlijks maximumtarieven vast en ze controleren of warmteleveranciers niet teveel winst maken. Op deze manier is de consument er ook zeker van dat ze een prijs betalen die niet te hoog is.